Op het Nuldernauw verzamelen vletten, sleepboten en wachtschepen van verschillende scoutinggroepen zich voor twee echte Nawaka-tradities: de slepertrekproef en de langeafstandsroeiwedstrijd. Meer dan tachtig boten gaan de uitdaging aan.
Aan de klok
Via de marifoon roept de wedstrijdleiding de schepen één voor één op. De bemanning vaart naar de sleeplijn, waarna een scout de lijn vastmaakt aan de beting of bolder: het bevestigingspunt op de boot. De lijn zit vast aan de ‘klok’, een meetapparaat dat de trekkracht registreert.
Dan gaat de gashendel naar voren. Op de klok schieten de cijfers omhoog: 90, 140, 230, 460 kilo.
De Sleepert komt uit op 440 kilo, terwijl de Eros maar liefst 885 kilo aantikt. Daarna is het de beurt aan De Steur. Het wachtschip trekt uiteindelijk 1.520 kilo en zet daarmee de hoogste score van de avond neer.
Als laatste vaart Het Paasei naar voren. Via de marifoon vraagt de bemanning lachend om een nieuwe naam: “Maak er maar het trillende paasei van.” De motor stampt, de sleeplijn komt strak te staan en de klok stopt uiteindelijk op 200 kilo. Ook dat wordt aan boord uitbundig gevierd.
Drie kilometer roeien
Verderop op het water gaat het er minstens zo fanatiek aan toe. Voor de langeafstandsroeiwedstrijd stappen achttien leidingteams en vier medewerkersteams in een lelievlet voor een tocht van drie kilometer: anderhalve kilometer heen en dezelfde afstand weer terug.
Om zo snel mogelijk te zijn, halen sommige teams zelfs de mast uit de boot om gewicht te besparen. Alles voor die paar seconden winst. Uiteindelijk roeit de bemanning van De Geuzen uit Vlaardingen het snelst en mag zich de winnaar van de langeafstandsroeiwedstrijd noemen.
Tekst: Sven Janmaat
Foto: Manouk Demmers


