Roze badkuipen, paarse vliegtuigen, Thomas de Trein, een flamingoparadijs en zelfs een zeilboot. In een grote stoet trekken de explorers met hun zelfgemaakte kruiwagens naar de Subkampbattle. Rondom het parcours zoeken de subkampen een plekje in hun eigen kleur: roze bij roze en paars bij paars. Het blijft tenslotte een Subkampbattle.
Ready, set, go!
Per ronde nemen teams het tegen elkaar op en kan er maar één door naar de finale. Ieder team bestaat uit een duwer, een passagier en een ondersteuner. Met een veiligheidshelm op en de kruiwagen klaar, verschijnen de eerste teams aan de start.
Ready, set, go!
Met een kleine stofwolk achter zich zetten de teams de sprint in. De kruiwagens wiebelen, vliegen door de eerste bocht, gaan over de wipwap en slingeren om de pionnen. Daarna is het recht op de finish af.
Met het zweet op het gezicht komt de eerste kruiwagen over de streep. Highfives, een omhelzing en veel gejuich volgen. “Pfff, ik ga dit niet nog een keer doen hoor, meine Güte”, klinkt het lachend.
Van laatste naar tweede
Niet iedere race verloopt zonder problemen. Een kruiwagen slaat over de kop en vanuit het publiek klinkt een hard “oei!”. De passagier klimt snel weer op en het team zet de achtervolging in. Als verderop twee andere kruiwagens uit de bocht vliegen, weten ze hun achterstand in te halen. Van de laatste plaats racen ze alsnog naar de tweede.
De opkomst is groter dan verwacht. “Ondertussen zitten we al op 70 teams en het loopt nog op”, vertelt de subkampstaf. Na weken werken aan hun kruiwagencreaties kunnen de explorers er tijdens de Subkampbattle eindelijk mee racen.
Tekst: Rico Huitema
Foto: Mark Hage


