Trekkers in De Polder 

De wieken van een houten molen draaien zachtjes in de wind. Bij de ingang staat een enorm melkpak met daarop: ‘sterk spul’. Welkom op De Polder, met Zaanse huisjes, trekkers en schapen in de wei. De straten op het subkamp heten Zuidoost-Beemster en Koeiensloot. 

Eigen weiland 

Iedere scoutinggroep heeft een eigen weiland op het spelbord. Daar verzamelen ze dierenstickers. Met goed gedrag, extra hulp en activiteiten verdienen ze punten. Een scout legt het uit: “Er zijn ook themastickers te verdienen, bijvoorbeeld van exotische dieren als de flamingo.” De dieren kunnen tijdens de veeveiling worden ingezet om decorstukken van het subkamp te kopen. 

Wedstrijd met trekkers 

Vlak voor de opening klinkt het gesis van een spuitbus. Een zelfgebouwde trekker krijgt nog snel een gele cabine, terwijl de buren helpen met de verlichting. Daarna trekken de boeren in een lange stoet over het kampterrein: trekkers, skelters met tractorbanden, een maaidorser op een kruiwagen en zelfs groene badkuipen op wielen. 

Onder de toegangspoort begint de trekker-trek. “Drie, twee, één!” Scouts trappen, rennen en duwen hun voertuigen vooruit. Twee trekkers komen bijna tegelijk over de finish, wat ging dat snel. 

Hollands tintje 

Het verhaal van De Polder verwijst naar 1612, toen de Beemster werd drooggelegd. Ook de activiteiten hebben een Hollands tintje, met molenspelletjes, een polderquiz en gouden klompjes voor de winnaars van de subkampbattle. 

Na de activiteiten bedenken de scouts hun eigen programma. “Ik kan lekker klooien met mijn vrienden.” En na een week vol activiteiten willen ze eigenlijk nog niet stoppen: “Ik ben er nog lang niet klaar mee!” 

Tekst: Sven Janmaat
Foto: Mark Hage